Flora en Fauna

Flora

Het laagst gelegen punt in de gemeente Bellwald ligt op 1100 m. (Fürgangen). Het hoogste punt ligt op 4274 m. (Finsteraarhorn). De vegetatie in dit gebied is niet identiek. De vegetatie verandert namelijk hoe hoger je komt.

Ook kan men met het veranderen van de hoogte verschillende hoogteniveaus onderscheiden die gordelsgewijs op elkaar volgen. De omgeving van Bellwald kan men indelen bij het subalpine en alpine niveau. Het subalpine niveau omvat twee duidelijk gescheiden tussenniveaus. Het laagste niveau, het niveau onderaan de gemeente Bellwald wordt vooral gekenmerkt door rode sparren. Het hoger gelegen niveau (boven het dorp) wordt juist gekenmerkt door een mix van sparren en lariksbomen. De omgeving boven de boomgrens behoort tot het alpine niveau. Hier treft men alpenweiden en gesteenten aan. Op het hoogst gelegen niveau zien we geen alpenweiden meer, maar krijgt de vegetatie een hoog alpine uitstraling. We vinden hier voornamelijk kussen-vormende planten. Het wemelt bij voorbeeld van het nagelkruid.

De mens heeft veel invloed gehad op de vegetatie in het alpine niveau. Het betreft hier voornamelijk het grasland. De weiden zijn met bomen en struiken begroeid. Zeer afgelegen weiden of weiden die op zeer steile hellingen liggen, dienen meestal als grasland, waar de mens niets mee doet. De overige weiden worden wel regelmatig gemaaid. Bij de periodiek gemaaide weiden maakt men onderscheid tussen grove en schrale weiden. Grove weiden worden regelmatig met gier bemest. De andere weiden worden alleen af en toe besmest en meestal in de zomer een keer gemaaid. Omdat de bodem in de zomer tamelijk droog is, worden de weiden getypeert als halfdroog ras.

Meer informatie over de bloeitijd van bepaalde planten, weiden, bossen, onkruid, paddenstoelen etc. vindt u in het boek „Bellwald“, dat verkrijgbaar is bij het VVV.

In de zomer kunt u ook aan de kruidenwandelingendeelnemen. Informatie hierover vindt u hier.

Fauna

Vogels die in bomen en struiken leven

Het bevolken van de bossen en struiken door vogels blijkt sterk afhankelijk van de structuur van de bomen en struiken. In het algemeen kan men zeggen, dat vogels meer in bomen leven dan in struiken. De vogelpopulatie neemt ook af hoe hoger men in de bergen komt. In vergelijking met de bossen en struiken in lager gelegen gebieden, komen in onze bossen minder vogelsoorten voor.

Vogels die in weilanden of op velden leven

In de lager gelegen gebieden die als landbouwgrond worden gebruikt komen de broedvogel en de torenvalk voor. Deze vogels zoeken naar oude eksternesten in vrijstaande bomen en heggen waar ze kunnen broeden.

Vogels die rotswanden bevolken

De alpenkauwen bouwen hun  nesten in rotsspleten in de bergen. Tijdens de periode dat ze onvruchtbaar zijn, met name in de herfst en in het voorjaar, dalen ze uit de rotsen af naar lager gelegen gebieden om op daken van huizen en in vruchtenbomen voedsel te zoeken. Tegen de avond vertrekken ze weer naar de hoger gelegen rotsen om de nacht in een beschutte rotsspleet door te brengen.

De steenarend heeft zijn nest gebouwd tegen de moeilijk toegankelijke rotswanden boven de Fieschergletscher. Iedereen die een wandeling door de alpen maakt, hoopt weleens deze vogel te zien. De raaf broedt eneneens in de rotswanden boven de zuivere stroompjes. Hij is de grootste zwarte vogel die in ons gebied voorkomt. Hij is van de kraai te onderscheiden door zijn grootte, de sterke snavel en tijdens zijn vlucht door zijn wigvormige staart. Zijn kreten hebben een klankrijke, zangerige toon. De witte vink treffen we ook aan in de hooggelegen gebieden.

In de alpen komen ook amfibieën voor, namelijk de lichtgeel gekleurde bergsalamander en de bruine kikker. De bergsalamander woont in plassen en poelen. In de maanden mei en juni, wanneer hij zijn winteronderkomen onder de stenen en boomstronken verlaten heeft, zijn de salamanders in grote getalen te vinden in de met smeltwater gevulde plassen in het lariksenbos in Bellwald. De kikkers komen ook naar de plassen. In het warme voorjaarszonnetje ontstaan uit de kikkerdril de kikkervisjes. Ze doen zich tegoed aan afgestorven planten om uiteindelijk als kleine kikkers de poelen te verlaten. De kikkers vinden we bij voorbeeld ook in drassige weiden.

In de bossen in Bellwald leven ook veel zoogdieren, zoals bij voorbeeld de muis en de eekhoorn. Sinds jaren zijn de veldhaas en de witte haas ook weer terug. De veldhaas leeft vooral in de naaldbossen. De witharige sneeuwehaas laat zich bij zware sneeuwval vaak helemaal insneeuwen en komt pas weer tevoorschijn wanneer de sneeuw door de vorst zo hard is geworden, dat hij het kan dragen. Alhoewel de vos een nachtdier is, is de kans groot dat men de vos in de velden en in de bossen tegenkomt. De das daarentegen is zelden of nooit waarneembaar. Reeën kan men ‘s avonds laat en ‘s morgens vroeg in de weilanden en velden tegenkomen. Overdag houden de reeën zich vaak schuil in de bossen. Ook herten zijn goed vertegenwoordigd. De herten en reeën richten ‘s nachts vaak schade aan in groentetuinen. Tijdens de bronstijd (eind september tot medio oktober) kunnen we het burlen van de herten tot in het plaatsje Steinhaus waarnemen. De koeien en schapen vinden we grazend in de weilanden onderaan in het dorp.

De alpenweiden en rotsgebieden boven de boomgrens worden bevolkt door marmotten en berggeiten.De berggeiten klimmen in de zomer tot de sneeuwgrens (3000 m). Ook in de winter houdt de berggeit het op deze hoogte lang vol. In de maanden maart en april, wanneer de sneeuw in de lager gelegen gebieden langzaam verdwijnt, daalt de berggeit af. De berggeit houdt ervan om in een roedel te leven. De marmot geeft er in de zomer eerder de voorkeur aan alleen op zonnige, goed begroeide hellingen te leven. Sinds geruime tijd komt het mooiste en meest trotse dier van de Alpen: de steenbok, bij ons voor. Deze dieren leven in de zomer in de sneeuwvrije, nauwelijks toegankelijke rotsachtige terreinen boven de Fieschergletscher. Sinds een paar jaar zwerft de lynx door onze bossen.Deze dieren hebben een voorliefde voor gehoefd wild. Ze jagen vooral op reeën en berggeiten. De lynxwerd eeuwen geleden in Zwitserland uitgeroeid. Het laatste dier overleed in het Saasdal in 1894. Vanaf 1971 werd de lynx op verschillende plaatsen in Zwitserland weer gezien. 

Zoeken en Boeken
Aankomst:
Vertrek:
Volw.: Kinderen:
Kamers
 
Gutscheine bestellen